U bent hier

De Bronkdagen

 

De Bronk

Het woord Bronk (in Banholt: Broonk) hoort bij het werkwoord Bronken. In het Algemeen Nederlands: pronk en pronken. De Bronk is allereerst een pronk- of sierstoet: de processie ter eren van het Allerheiligste. Onder het Allerheiligste verstaan we de geconsacreerde hostie, die in een mooie kostbare schrijn of monstrans zit. De Bronk is de jaarlijkse sacramentsprocessie die in Banholt en Terhorst plaats vindt op Pinksterzondag, de dag nadat de St. Gerlachusden is geplant. 
 

Wat is een processie?

Een processie is vanouds een plechtige omgang van geestelijken en gelovigen binnen of buiten het kerkgebouw. Men zingt liederen en hymnen en bidt litanieën en andere gebeden. 
 

Bronkzondag

Na de Heilige Mis van negen uur vertrekt de processiestoet, op aangeven van de kapitein van de Jonkheid, richting Terhorst. De Jonkheid schiet als vertrekteken en als hulde aan het Allerheiligste de eerste sjars kamers. Daarnaast luiden de kerkklokken zolang de processie in zicht is. De kapel in Terhorst doet dienst als eerste rustaltaar. Nadat daar de kamerschoten hebben geklonken, gaat men weer via dezelfde weg terug richting Bredeweg. Men trekt vervolgens naar de boerderij van de familie Schrijnemakers, gelegen aan het einde van de Mheerderweg, alwaar het tweede rustaltaar is gebouwd. Daarna gaat de route via de Mheerderweg en de “nuuj buurt” naar de Dalestraat, naar “a g’n kruuskes”, alwaar voor het woonhuis van de fam. Meulenberg weer een rustaltaar staat. Van daaruit trekt men vervolgens naar de Lourdesgrot. De afsluiting van de ruim twee uur durende processie vindt plaats in de kerk. Het Allerheiligste wordt meegedragen in een monstrans door de pastoor. De pastoor loopt zelf onder “d’r Hiemel” (baldakijn), die gedragen wordt door enkele dorpelingen. Het Allerheiligste wordt verder begeleid door flambouwendragers en het kerkbestuur. Aangekomen bij een rustaltaar wordt het Allerheiligste op een expositietroon geplaatst en bewierookt door de pastoor. Een lector leest er een schriftlezing voor en gezamenlijk wordt een aanbiddingslied gezongen, het ”Tantum Ergo”, waarna de pastoor de menigte bekruist met de monstrans. De Jonkheid schiet op dat moment een sjars kamers en de altaarbellen rinkelen. Alle processiegangers maken dan een eerbiedige knie- of hoofdbuiging. Zodra de laatste kamer is afgegaan keert iedereen zich om en zet de processie zich weer in beweging. Het bestuur van de Jonkheid zorgt samen met de leden van het processiecomité voor een goed verloop van de processie. Het bestuur van de Jonkheid draagt tijdens de processie de blauwe Jonkheidssjerp en het bestuurslintje. De leden lopen mee in de processie en dragen beelden en vaandels. 
 

Bronkmaandag

Pinkstermaandag start traditiegetrouw met een plechtige Hoogmis. Voor aanvang en na afloop van deze H. Mis verkoopt het bestuur van de Jonkheid speldjes aan de leden van de Jonkheid en aan de getrouwde dorpelingen. De kosten voor een speldje verschillen. Sinds de invoering van de euro in 2002 kost een speldje voor de gehuwden vijftig eurocent en voor ongehuwde personen één euro. 
 
 

Bronkdinsdag

Op deze dag wordt de Pinksterkermis afgesloten. Deze laatste kermisdag staat in het teken van de Jonkheid. De jeugd opent de dag met een Eucharistieviering, waarin speciaal gebeden wordt voor de levende en overleden leden van de Jonkheid. De vaandels van de Jonkheid staan dan ook opgesteld in de kerk. Het bestuur heeft een ereplaats in de voorste kerkbanken. Zij zijn deze dag ook voor één keer verantwoordelijk voor het collecteren. Bij de consecratie worden traditiegetrouw weer de kamers geschoten, nu speciaal voor de Jonkheid en als teken van eerbied en dankbaarheid aan God, de Schenker van alle goeds. Het is de laatste keer dat de Banholter kamers klinken deze kermis. Sinds enkele jaren schiet de Jonkheid deze keer wel een bijzondere sjars: alle kamers die de Jonkheid bezit worden gebruikt. Een indrukwekkend saluut! In vroegere jaren werd na de mis, de kas van de Jonkheid “verdroonke”. Dit gebruik is in de loop der jaren enigszins aangepast. Tegenwoordig stelt de Jonkheid deze dag een aantal consumpties beschikbaar voor al haar leden. Het bier vloeit in ieder geval rijkelijk deze laatste kermisdag. 
 

Tegen de klok van zes uur ’s avonds starten Harmonie en Klaroenkorps Amicitia met een rondgang door het dorp. Zij maken onderweg een aantal stoppen, die gebruikt worden om de dorst te lessen. Vanaf de vertrek vanuit de “cafiesjtroat” is het bestuur van de Jonkheid erbij, gekleed in zwarte slipjas, gecompleteerd met de blauwe sjerp, het bestuurslintje en met hoge hoed en samen wordt er al rei-dansend een rondtrek door het dorp gemaakt om uiteindelijk weer terug bij de kerk en nieuwe St. Gerlachusden te eindigen. Daar wordt dan nog lange tijd cramignonmuziek gespeeld door de harmonie en door de Jonkheid en andere dorpsgenoten wordt naar hartelust gereid. Steeds als de harmonie de eerste klanken van een cramignon in zet, begint de kapitein of een ander bestuurslid van de Jonkheid met de rei, met in zijn linkerhand een rei-boeket. Dit boeket bestaat uit allerlei veldbloemen, die door het bestuur worden geplukt. De Sint Gerlachusden is het middelpunt van de rei. Na de laatste rei wordt het rei-boeket aan de St. Gerlachusden bevestigd.