U bent hier

Kamerschieten

 
Één van de meest gevaarlijke activiteiten van de Banholter Jonkheid is kamerschieten. Bekend is dat dit kamerschieten al reeds in de zestiende eeuw plaatsvond in verscheidene Limburgse dorpen. Tegenwoordig worden de kamers in Banholt geschoten bij de aankomst van de Sint Gerlachusden in het dorp, tijdens de Bronk oftewel de sacramentsprocessie en tijdens de H. Mis van de Jonkheid op Bronkdinsdag. Men hoort dan op een veilige afstand een aantal harde doffe knallen. Het lijken wel saluutschoten, afgeschoten door een kanon. In feite zijn het ook saluutschoten, alleen worden ze niet veroorzaakt door een kanon.
De kamers stammen uit een vroegere tijden en werden toen gebruikt als achterladers van kanonnen. Met deze kanonnen werden ook saluutschoten afgevuurd, door wel een kruitkamer, maar geen kogel in het kanon te plaatsen. Men ontdekte dat het kanon voor het afvuren van saluutschoten eigenlijk overbodig was, omdat men de kamers ook los kon afvuren.
 
De Jonkheid van Banholt heeft jarenlang de kamers van de Noorbeekse Jonkheid geleend. Deze kamers werden door de leden van de Banholter Jonkheid en de vaste schutter geladen op de boerderij van de familie Scheepers. Sinds 1980 beschikt men over genoeg eigen kamers.
Deze kamers zijn bij het honderdjarig bestaan van de St. Gerlachusden geschonken aan de Jonkheid door de ex-kapiteins en ex-bestuursleden en vele anderen die de Jonkheid van Banholt een warm hart toedragen. Het laden vind nu plaats bij de familie van den Houdt, “Op gen Hei”.
 
De kamers van Jonkheid Banholt zijn een soort stalen cilinders. Aan de bovenkant zit een opening, het zogenaamde boorgat. Aan de zijkant zit een kleine opening, de ontstekingsopening oftewel het zundgat. Deze twee openingen staan met elkaar in verbinding. Wanneer men de kamers gaat laden, maakt men de ontstekingsopening dicht met een houten pennetje. Men vult het boorgat van de kamer gedeeltelijk, een borrelglaasje vol, met het zwart kruit, de zogenaamde “polver”.
Op dit kruit legt men een stukje karton, waarna de kamer wordt afgevuld met zeer droge leem. Bij het kruit mag geen vocht komen, anders gaat de kamer niet af!
De leem haalt men uit de muren van oude boerderijen of vakwerkhuizen. Men slaat de leem vervolgens met een houten pin en een vuisthamer stevig aan, giet er desnoods nog wat leem bij en slaat deze vervolgens weer zeer vast aan. Hoe harder de leem op elkaar is geslagen, hoe harder de uiteindelijke knal. Er mogen geen stenen meer in de leem zitten, anders bestaat het risico dat er een vlam ontstaat bij het aanslaan van de kamers en dan “…is ’t concert sjnel afgelòòpe…”.
 
Voordat de kamers worden geschoten worden ze volgens een bepaald patroon op een rij gezet. De kleinste kamers staan voor in de rij, de dikste achteraan.
In Banholt schiet men tijdens de Bronk bij ieder rustaltaar een zogenaamde sjars (lading) als de pastoor de monstrans aan de processiegangers toont. Dat zijn zeven kamers. Tijdens de H. Mis van de Jonkheid op Bronkdinsdag worden alle 104 Banholter kamers geschoten. Nadat de kamers zijn opgesteld worden de kleine houten pennetjes uit de ontstekingsopeningen gehaald en maakt men een kruitspoor tussen de kamers onderling. Bij iedere ontstekingsopening wordt wat extra polver gestrooid.
Op het gewenste moment wordt de polver voorzichtig aangestoken met een petroleum gedrenkte lap die aan een lange stok zit, waarna de kamerschutters een veilig heenkomen zoeken. De kracht van de explosie is namelijk enorm.